Joey Wolsink is door het Dagblad van het Noorden gevraagd om zijn expertise te delen naar aanleiding van hun recente onderzoek naar zwart geld en criminele ondermijning in het noordelijke amateurvoetbal.
Aanhoudend dienstbaar
De Vrije Universiteit Amsterdam en Bureau Beke hebben in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzoek gedaan naar de inzet en aansturing van de Ondersteuningsgroepen (OG’s) en Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s) van de Nederlandse politie. Het onderzoek, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid, geeft inzicht in hoe deze gespecialiseerde teams functioneren binnen het politiewerk bij verhoogde risico’s en levensbedreigende situaties.
Bedrieglijk web
In dit onderzoek ligt de focus op twee gedigitaliseerde criminaliteitsvormen: aankoopfraude en (bank)helpdeskfraude. Concreet is het doel om beeld te krijgen van alle typen daders, hun modus operandi en de criminele netwerken en samenwerkingsverbanden waar zij in zitten. Verder moet het onderzoek bijdragen aan een verbeterde aanpak.
NPO: docuserie Papi & Penoze
In de docuserie Papi & Penoze onderzoekt Papi Mikey Dinero de Nederlandse criminaliteit. De vierde aflevering staat in het teken van wapens. Naar aanleiding van het in 2024 gepubliceerde onderzoek ‘Een scherpe blik op steekwapenproblematiek’ is onderzoeker Joey Wolsink gevraagd een bijdrage te leveren aan deze aflevering.
Een scherpe blik op steekwapenproblematiek
Bureau Beke is door het Ministerie van Justitie en Veiligheid gevraagd een literatuuronderzoek uit te voeren zodat er meer zicht komt op het dragen, bezitten en gebruiken van steekwapens door jongeren. In dit rapport is op basis van een literatuurstudie in beeld gebracht wat er bekend is over de doelgroep, de risicofactoren en motieven om een steekwapen te bezitten, dragen of gebruiken. Verder is een inventarisatie gemaakt van interventies die in binnen- en buitenland worden uitgevoerd om de doelgroep te bereiken.
Het (boven)lokale netwerk in Poelenburg en Peldersveld ontleed
In opdracht van de gemeente Zaanstad heeft Bureau Beke onderzocht in welke mate jongeren en jongvolwassenen uit Poelenburg en Peldersveld crimineel actief zijn, met welke vormen van criminaliteit zij zich bezighouden, wat hun werkwijze is en in wat voor (boven)lokaal netwerk zij zitten. Ook is in kaart gebracht waar kansen liggen om de preventieve, proactieve en repressieve aanpakken te verbeteren.
Van voetbalrellen leren
In opdracht van de Nationale Politie heeft Bureau Beke samen met LokaleZaken onderzoek gedaan naar de kenmerken van modern voetbalgeweld en hoe dit verschilt met het voetbalgeweld van voor de coronaperiode. Er is specifiek gekeken naar de kenmerken en werkwijze van personen die vanaf de (gedeeltelijke) heropening van stadions in beeld zijn gekomen bij de politie; de zogenaamde ‘’nieuwe aanwas’’.
Buiten de lijnen?
Voor veel kinderen is doorbreken in het betaald voetbal een droom, maar voor velen is het realiseren van deze droom een utopie. Van de ongeveer 1,2 miljoen kinderen, jongeren en volwassenen die jaarlijks lid zijn van de KNVB, spelen ongeveer 3.600 kinderen en jongeren bij een Betaald Voetbalorganisatie (BVO). Bureau Beke gaat samen met LokaleZaken in opdracht van de KNVB een fenomeenonderzoek naar de maatschappelijke of criminele carrières van (voormalig) BVO-jeugdspelers uitvoeren.
Het (boven)lokale netwerk in Paddepoel ontleed
Bureau Beke deed onderzoek naar hoe jongeren uit de Groningse wijk Paddepoel zich verhouden tot de (boven)lokale criminele structuren. Op basis van een analyse worden voorstellen gedaan voor een gerichte en concrete aanpak van personen, groepen en fenomenen. Een aanpak die loopt van vroegsignalering tot repressie.
Road runner
De Nederlandse samenleving wordt geconfronteerd met mobiel banditisme: internationaal rondtrekkende bendes uit het buitenland die in Nederland in een korte periode stelselmatig vermogensdelicten plegen. E-bikediefstal en diefstal van gps-systemen uit landbouwvoertuigen zijn zulke vermogensdelicten. Voor beiden geldt dat er sprake is van een kennislacune, waarom Bureau Beke en het CCV onderzoek hebben gedaan naar de omvang, aard en aanpak van beide delicten.