Tenminste, niet als je alleen naar de administratie kijkt.
Column door Henk Ferwerda
In de Basisregistratie Personen staan woningen leeg, netjes en overzichtelijk. Geen bewoners, geen probleem. Totdat je beter kijkt.
Want achter die ogenschijnlijke leegte schuilt vaak een andere werkelijkheid. Lampen branden. Er wordt gekookt, geslapen, geleefd of gewerkt. Soms tijdelijk, soms structureel. Soms door mensen die nergens anders terechtkunnen. Soms door mensen die juist nergens zichtbaar of die anoniem wíllen zijn.
Spookbewoning is daarmee geen administratief foutje, maar een fenomeen dat iets blootlegt. Over hoe we wonen, hoe we registreren en – belangrijker – hoe criminaliteit zich organiseert.
In onderzoek naar malafide vastgoedpraktijken zagen we het al eerder. Woningen die niet kloppen. Op papier leeg, in werkelijkheid gebruikt. Niet zelden met een tussenpersoon. Het gaat dan om een bemiddelaar, een verhuurder, iemand die de sleutel regelt en verder niet al te veel vragen stelt. Of die juist heel goed weet wat er speelt.
Wat gebeurt er in zulke woningen? Dat verschilt. Soms is het simpelweg een verdienmodel. Te veel mensen op te weinig vierkante meters, tegen te hoge prijzen. Soms is het afscherming: een plek om te verblijven zonder op te vallen. En soms is het facilitering: opslag van drugs, geld of wapens, een uitvalsbasis voor activiteiten die het daglicht niet verdragen.
In de praktijk lopen die functies door elkaar. De ‘spookwoning’ is zelden één ding. Het is een knooppunt.
Wat opvalt in recente aanpakken, is dat de blik verschuift. Waar we vroeger vooral keken naar wie er woonde en waarom dat niet mocht, kijken we nu steeds vaker naar signalen. Energieverbruik in een leegstaand pand. Adressen waar niemand staat ingeschreven, maar waar wel beweging is. Data die niet kloppen.
Dat is winst. Maar het heeft ook een keerzijde. Want wie alleen naar signalen kijkt, ziet vooral afwijkingen en mist soms de verhalen daarachter. De arbeidsmigrant die nergens terechtkan. De jongere die buiten beeld raakt. De bewoner die slachtoffer is van een verhuurder die de regels bewust oprekt.
Spookbewoning dwingt ons dus tot twee dingen tegelijk. Handhaven én begrijpen. De neiging bestaat om het fenomeen klein te maken: een kwestie van de Basis Registratie Personen (BRP), van inschrijving, van regels die beter moeten worden nageleefd. Maar dat is te beperkt. Spookbewoning is geen administratief probleem. Het is een ruimtelijk en sociaal vraagstuk, waarin woningnood, verdienmodellen en onder- en bovenwereld samenkomen.
Of anders gezegd: het probleem zit niet in het feit dat iemand niet ingeschreven staat. Het probleem zit in de reden waarom dat zo is en wie daar belang bij heeft.
Misschien moeten we daarom stoppen met het woord ‘spookbewoning’. Het suggereert iets ongrijpbaars, iets dat er niet is. Terwijl het er juist wél is. Heel concreet zelfs. Alleen niet op papier.
Voor de geïnteresseerden:
Panden met een luchtje
Malafide activiteiten in de vastgoedsector
Over de auteur
Henk Ferwerda is criminoloog, politieonderzoeker en inhoudelijk directeur van Bureau Beke. Sinds 1986 publiceert en adviseert hij op diverse terreinen van de criminaliteit, het veiligheidsbeleid en de strafrechtsketen. Hij is gepromoveerd aan de RUG op het onderwerp criminele carrières van jeugdige delinquenten. Onderzoeken en publicaties waarbij hij recent betrokken is, liggen onder andere op het terrein van jeugdcriminaliteit, gewelddadige en criminele jeugdgroepen, jonge aanwas en doorgroeiers in de georganiseerde misdaad.
